checklist
Publicatiedatum: 4 september 2019

Kantonrechter (artikel 27 en 36 WOR)

De ondernemingsraad kan aan de hand van een tweetal artikelen uit de Wet op de ondernemingsraden (WOR) naar de kantonrechter stappen: artikel 27 en artikel 36. Het is natuurlijk niet de meest ideale situatie, maar mocht de bestuurder zich niet aan de WOR-regels houden, dan is het goed om te weten welke stappen u kunt ondernemen. Gebruik daarvoor deze checklist.

  1. Artikel 27

    Artikel 27 van de WOR gaat over het instemmingsrecht van de ondernemingsraad. In dit wetsartikel staat een aantal onderwerpen die instemmingsplichtig zijn. Dat wil zeggen dat de bestuurder de instemming van de ondernemingsraad nodig heeft om uitvoering te geven aan zo’n besluit. Denk aan een besluit ter vaststelling of wijziging van het beoordelingsbeleid of het functiewaarderingssysteem. Gaat het nemen van instemmingsplichtige besluiten niet volgens de regels uit de WOR? Dan is een gang naar de rechter mogelijk.

  2. Bestuurder naar de kantonrechter

    Ten eerste kan de bestuurder naar de kantonrechter stappen als het gaat om een instemmingsplichtig besluit. Dat kan de bestuurder doen, als de OR geen instemming geeft voor het voorgenomen instemmingsplichtige besluit van de bestuurder. De bestuurder kan dan de kantonrechter toestemming vragen om toch het besluit te nemen. De kantonrechter geeft deze vervangende toestemming in twee gevallen:

    • als de beslissing van de ondernemingsraad om geen instemming te geven onredelijk is;
    • als het voorgenomen besluit van de bestuurder gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen.
  3. Stop uitvoering

    Legt de bestuurder een instemmingsplichtig besluit niet aan uw OR voor ter instemming en heeft hij geen vervangende instemming van de kamtonrechter? Dan dient u als OR snel actie te ondernemen. Dat doet u door de nietigheid van het besluit in te roepen. Daarna kunt u als OR de kantonrechter vragen om de bestuurder te verbieden uitvoering te geven aan het besluit. De bestuurder kan de kantonrechter vervolgens vragen om te verklaren dat de ondernemingsraad ten onrechte een beroep heeft gedaan op nietigheid.

  4. Lid 1 van artikel 36

    Lid 1 van artikel 36 van de WOR bepaalt dat de ondernemingsraad, de bestuurder, maar ook iedere andere belanghebbende de kantonrechter kan verzoeken te bepalen dat de bestuurder of ondernemingsraad zich moet houden aan de bepalingen uit de WOR wat betreft de volgende onderwerpen:

    • het instellen of in stand houden van de OR;
    • het vaststellen van een voorlopig of een definitief OR-reglement;
    • de kandidaatstelling en de verkiezing van de OR-leden;
    • het bekend maken van agenda’s en verslagen van vergaderingen..

    Dit betekent dat ook andere collega’s, die niet in de OR zitten, de ondernemingsraad via de rechter kunnen dwingen om zich aan de spelregels te houden.

  5. OR & bestuurder

    Zowel de ondernemingsraad als de bestuurder kunnen de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de OR of bestuurder zich aan de bepalingen uit de WOR dient te houden. De kantonrechter kan zowel de bestuurder als OR dwingen bepaalde handelen uit te voeren of juist na te laten.

    Als u als ondernemingsraad zo’n verplichting van de kantonrechter niet nakomt, dan kan de kantonrechter de OR ontbinden en opdracht geven om verkiezingen te houden. Doet u dat niet, dan kan de kantonrechter zelfs de bestuurder de opdracht geven OR-verkiezingen te initiëren.

  6. Niet ontvankelijk

    Let goed op welke juridische stappen u neemt. Lid 3 en 4 van artikel 36 van de WOR bepalen namelijk dat een en ander niet simultaan kan lopen. Zo kunt u niet beroep tegen een adviesplichtig besluit (artikel 25 WOR) aantekenen en tegelijkertijd een verzoekschrift aan de kantonrechter sturen met betrekking tot de naleving van artikel 25. Ook kunt u niet een verzoek aan de kantonrechter doen op grond van artikel 27, het instemmingsrecht, als hierover ook een eis is gesteld als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet.

Uitgelicht
Uitgelicht