checklist
Publicatiedatum: 27 juni 2019

Wettelijke en cao-vakantiedagen

Als lid van de OR krijgt u wellicht wel eens vragen over de vakantieregelingen in uw organisatie. Niet verwonderlijk, want veel werknemers zien vrije dagen als één van de belangrijkste arbeidsvoorwaarden. Daarnaast speelt uw OR een belangrijke rol wanneer de bestuurder de vakantieregeling wil aanpassen. Het is daarom goed als u de regelingen kent rondom vakantiedagen.

  1. Wettelijke vakantiedagen

    Het minimum aantal vakantiedagen waarop een werknemer recht heeft is bij wet vastgelegd. Deze dagen worden ook wel de wettelijke vakantiedagen genoemd. Dat aantal bedraagt vier keer het aantal werkuren in een week. Een werknemer die fulltime werkt (40 uur) heeft dus in ieder geval recht op 20 vrije dagen per jaar. Bij deeltijdwerk wordt de vakantieopbouw naar rato berekend. Naast de wettelijke vakantiedagen heeft een werknemer enkele feestdagen, bijvoorbeeld Kerstmis.

    Er mag niet negatief afgeweken worden van het wettelijk aantal vrije dagen. Wel mag de bestuurder extra dagen toekennen. Ook kunnen in de cao nog extra vrije dagen worden toegekend. Kijk dus altijd het personeelsreglement en de cao erop na om te bepalen hoeveel vrije dagen werknemers in uw organisatie ontvangen.

  2. Vervallen

    Wettelijke vakantiedagen moeten binnen een half jaar na het opbouwjaar opgenomen zijn. Is dat niet het geval? Dan vervallen ze. Hierop is één uitzondering. Als de werknemer aannemelijk kan maken dat door extreme drukte het onmogelijk was om dagen, die hij uit het voorgaande jaar over had, op te maken, dan blijven deze dagen wel vijf jaar lang geldig.

    Het komt voor dat bij cao of schriftelijke overeenkomst met werknemers een ruimere vervaltermijn is overeengekomen.

  3. Opnemen vakantie

    Rondom schoolvakanties wordt de gemiddelde manager overstelpt met vakantieaanvragen. Helaas kan niet iedereen tegelijk op vakantie. Maar hoe steken de regels rondom het al dan niet weigeren van vakantie precies in elkaar? In principe mogen werknemers zelf bepalen wanneer zij hun vrije dagen willen opnemen. Zij moeten daarvoor echter wel toestemming vragen aan hun manager. En dat verzoek kan geweigerd worden, maar gelukkig niet zomaar. Alleen bij zwaarwegende bedrijfsbelangen, bijvoorbeeld een noodsituatie of omdat de werknemer onmisbaar is in verband met een naderende deadline. De werkgever kan overigens alleen een vakantieaanvraag weigeren door dit schriftelijk binnen twee weken na de aanvraag kenbaar te maken.

    Reageert de bestuurder niet binnen twee weken, dan is de werkgever stilzwijgend akkoord. Heeft de werkgever eenmaal toestemming verleend, dan kan deze alleen maar vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen worden ingetrokken. Eventueel gemaakte kosten (bijvoorbeeld een geboekte vakantie) moet de werkgever dan vergoeden.

  4. Rechten rondom vakantie

    Het is wettelijk vastgelegd dat een werkgever zijn werknemers in de gelegenheid moet stellen om per kalenderjaar minimaal de wettelijke vrije dagen op te nemen. Ook heeft een werknemer het recht om eens per kalenderjaar minimaal veertien dagen achtereen vrij te zijn, of twee keer per jaar zeven dagen.

    Check het vakantiereglement in uw organisatie op de geldende wetgeving en cao. U heeft immers op basis van artikel 28 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) de verplichting ervoor te zorgen dat uw organisatie aan alle (wettelijke) voorschriften voldoet.

  5. Bovenwettelijke vakantiedagen

    Als uw organisatie onder een cao valt, dan staan daar aanvullende regels in beschreven rondom de vakantiedagen. Vaak worden er meer vakantiedagen toegekend dan de minimale verplichte wettelijke vakantiedagen. Deze extra dagen worden bovenwettelijke vakantiedagen genoemd. Ook extra vrije dagen die worden toegekend aan werknemers in een personeelsreglement of in individuele arbeidsovereenkomsten zijn bovenwettelijke vakantiedagen. Voor deze extra dagen gelden andere regels dan voor de wettelijke dagen. Zo zijn bovenwettelijke vakantiedagen maximaal vijf jaar houdbaar (in tegenstelling tot de zes maanden van wettelijke vakantiedagen). Ook kunnen de bestuurder en een werknemer overeenkomen bovenwettelijke vakantiedagen af te kopen. Dat mag niet bij wettelijke vakantiedagen.

  6. CAO

    Vaak staan er nog aanvullende regels rondom vakantiedagen in de CAO. Zo hebben sommige CAO’s bijvoorbeeld een collectieve vakantie (denk aan het onderwijs of de bouw) of een langere onafgebroken vakantieperiode dan twee weken.

    Soms zijn ook afspraken gemaakt over feestdagen waarop het minder vanzelfsprekend is om vrij te krijgen, zoals Goede Vrijdag en Bevrijdingsdag. Is dit niet het geval, dan moet een werknemer een vakantiedag opnemen als hij die dag vrij wil. Kijk daarnaast of de cao afspraken bevat over een salaristoeslag voor werken tijdens bepaalde feestdagen.

    Niet alle organisaties vallen onder een cao. Is dat bij uw organisatie het geval? Dan kunnen er aanvullende regelingen staan in het personeelsreglement of in de individuele arbeidsovereenkomst. Deze afspraken mogen nooit in negatieve zin afwijken van de minimale wettelijke rechten.


  7. Naast wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen bieden sommige cao’s de mogelijkheid om ADV-dagen op te bouwen. Wanneer een werknemer hiervan gebruik wil maken, neemt het aantal uren dat de werknemer werkt af. Dit kan ertoe leiden dat de werknemer een paar uur per week minder werkt, of dat hij deze uren opspaart en dus een aantal dagen per jaar extra vrij kan nemen. Voor deze dagen gelden niet dezelfde wettelijke regels als voor andere vrije dagen. Er staat hier niets over in de wet.

  8. OR: rechten en plichten

    De meeste cao’s laten weinig ruimte voor de OR. Wilt u dus aan de slag met dit onderwerp dan zult u eerst de cao erbij moeten pakken. In de praktijk zult u merken dat uw voornaamste taak rond dit thema is om te controleren of de bestaande regels nageleefd worden. Valt u echter niet onder een cao? Dan zijn de wettelijke rechten van de OR een stuk groter.

  9. OR: invloed

    De meeste zaken rond vakantiedagen zijn bij wet geregeld of staan al uitgebreid beschreven in de CAO. U heeft dan als OR formeel gezien niet veel invloed. Soms is het zo dat er in de CAO juist wel ruimte is gelaten voor zogenoemde ‘zeggenschapsregelingen’. Kijk dus altijd uw CAO erop na voordat u aan de slag gaat met dit onderwerp. Heeft u geen CAO? Dan wordt de ruimte die de OR heeft groter.

    U heeft instemmingsrecht wat betreft het vakantiereglement van uw organisatie. Wil uw bestuurder iets wijzigen aan het vakantiereglement, of bestaat dit nog niet in uw organisatie en wil hij het invoeren, dan heeft uw OR daar instemmingsrecht bij. U kunt ook zelf dit onderwerp aankaarten in de overlegvergadering. Een duidelijke regeling is in het voordeel van uw achterban.

  10. OR: in de praktijk

    Hoe gaat uw OR in de praktijk om met vakantiedagen? Dat kan door te wachten op voorstellen van de bestuurder, maar u kunt ook zelf het initiatief nemen. Dat doet u uit eigen beweging of omdat er vragen komen vanuit de achterban. Het is voor iedere OR altijd een afweging of u individuele vragen met de bestuurder bespreekt. De OR is immers geen doorgeefluik. Toch kunnen bepaalde signalen van belang zijn om actie te ondernemen. Als leden van uw achterban vakantieregels niet begrijpen dan kunt u ze naar de afdeling P&O sturen of  bij de bestuurder aangeven dat meer voorlichting gewenst is. Dat hangt van de situatie af.

    Een samenvatting van de wettelijke rechten en plichten voor de OR rond het vakantiereglement:

    Wettelijke

    Rechten

    ORPVT
    InformatierechtJaJa
    InitiatiefrechtJaNee
    AdviesrechtJaJa
    InstemmingsrechtJaJa

    Inschakeling

    Deskundige

    JaJa, na toestemming
Uitgelicht
Uitgelicht