Nieuws
Publicatiedatum: 29 januari 2020

Advies Borstlap: arbeidsstelsel moet op de schop

Ons arbeidsrecht en onze arbeidsmarkt zijn niet toekomstbestendig en moeten drastisch op de schop. Dat adviseert de commissie Regulering van werk, ook wel de commissie Borstlap genoemd, aan het kabinet. Het rapport geeft aan dat er nogal wat is scheefgegroeid in werkend Nederland. Als de trend doorzet van nog meer zzp’ers en minder werknemers, legt dat een bom onder de betaalbaarheid van ons sociale stelsel. Zeker met het oog op de snelle vergrijzing. Alleen al omdat zelfstandigen met al hun aftrekposten minder belasting betalen dan werknemers. Ook tussen de verschillende groepen werkenden is de balans weg. Aan de ene kant is er een slinkende groep werknemers met relatief veel zekerheid. Denk aan degelijke arbeidsvoorwaarden en stevige ontslagbescherming. Ook is er een groep goedbetaalde, gespecialiseerde professionals die geniet van de grote vrijheid als zelfstandige. Aan de andere kant is er een groeiend leger van flexwerkers met minimale arbeidsvoorwaarden, kleine contractjes bij soms schimmige tussenpersonen. Die wordt nog eens aangevuld met een grote groep veelal laagopgeleide schijnzelfstandigen die eigenlijk gewoon werk doen tegen een laag tarief. Deze groepen komen straks onherroepelijk in een armoedeval terecht als ze ziek of bejaard zijn.

Drie smaken

Borstlap adviseert als oplossing de huidige veelheid aan soorten werkenden terug te brengen tot nog maar drie smaken. Dat zijn werknemers met een tijdelijk of vast dienstverband met iets minder zekerheid dan nu, zelfstandigen die alleen echt zelfstandig werk doen en als derde categorie uitzendkrachten voor alleen nog het piekwerk. Arbeid van deze drie groepen wordt gelijk belast en tegen zoveel mogelijk dezelfde arbeidsvoorwaarden verricht. Alle werkenden krijgen bovendien eenzelfde basisverzekering tegen inkomensrisico’s als gevolg van arbeidsongeschiktheid.

Borstlap ziet hier zelfs een grote rol in voor de ondernemingsraad. Die zou zelfs mogelijkerwijs uitgebreider instemmingsrecht of adviesrecht kunnen krijgen als het gaat om deeltijdontslag wegens bedrijfseconomische redenen.

Werknemers

Voor werknemers met een dienstverband wordt de ontslagbescherming iets minder, zodat een werkgever meer flexibiliteit krijgt:

  • De rechter stemt voortaan automatisch in met ontslag als de werkgever aanvoert dat de werknemer disfunctioneert. Alleen als de rechter deze reden ongegrond acht, betaalt de werkgever een boete.
  • Werkgevers kunnen voortaan makkelijker de functie, de plaats waar de werknemer werkt en de werktijden van de werknemer aanpassen zonder diens toestemming zolang daarvoor bedrijfseconomische redenen zijn.
  • Werkgevers kunnen de arbeidsduur van een werknemer met een bepaald percentage reduceren zonder preventieve toets zolang daar bedrijfseconomische redenen voor zijn. Werknemers moeten dit deeltijdontslag accepteren, tenzij ze kunnen aantonen dat er een zwaarwegend belang is.
  • De loondoorbetalingsplicht van werkgevers aan zieke werknemers wordt verkort van twee naar één jaar.

Flexwerkers

Er wordt flink gesnoeid in de omvang en soorten flexwerkers, door meer eisen te stellen aan tijdelijke dienstverbanden en oproepcontracten, flexwerk duurder te maken en de regels aan te scherpen voor uitzending, detachering, payrolling of contracting:

  • De ketenregeling, die bepaalt hoe lang de maximale periode van tijdelijke contracten is, wordt teruggebracht van drie naar twee jaar. Dat was sinds de Wab net van twee naar drie jaar gegaan.
  • Oproepcontracten zijn alleen nog toegestaan met een minimaal aantal (betaalde) uren per kwartaal.
  • Flexwerkers krijgen een hoger (minimum)loon dan werknemers met een vast dienstverband, waardoor het duurder wordt voor werkgevers om flexwerkers in te schakelen.
  • De werkgeverspremies voor flexwerkers worden verhoogd, zodat het ook aan die kant nog eens extra duur wordt om flexwerkers in te schakelen.
  • Uitzendwerk kan alleen nog worden aangeboden via een uitzendbureau, voor een maximale periode van 26 weken en alleen voor werk dat qua duur en omvang vooraf niet of moeilijk is in te schatten door een werkgever.
  • Uitzendkrachten krijgen vanaf de eerste dag dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers met een dienstverband binnen dezelfde organisatie waar ze voor werken.
  • De mogelijkheid voor uitzendbureaus de ketenregeling te verlengen – dat wil zeggen langer in tijdelijke dienst te houden dan gewone werkgevers – vervalt.
  • Payrollconstructies zijn alleen nog toegestaan als payrollbedrijven dezelfde premies en belastingen voor de werknemer afdragen als een gewone werkgever. Per saldo verdwijnt hun bestaansrecht dus.

Zelfstandigen

De groep zelfstandigen wordt ook verkleind door schijnzelfstandigen te weren, de fiscale voordelen voor zelfstandigen in te perken en tegelijkertijd te zorgen voor een basisvangnet bij arbeidsongeschiktheid:

  • Voortaan is iemand alleen nog zelfstandige als hij of zij aantoonbaar geen werknemer is. De opdrachtgever moet dat straks aantonen op basis van het ontbreken van een gezagsverhouding en de feitelijke situatie van het werk. Daarbij wordt aangesloten bij het (ruimere) Europese begrip van ‘werknemer’.
  • Zelfstandigen krijgen een basisvangnet bij arbeidsongeschiktheid: een publiek uitgevoerde basisverzekering na één jaar arbeidsongeschiktheid. Het eerste jaar ziekte kan de zelfstandige naar keuze aanvullen. Dat geldt ook voor bijverzekeren tegen ziektekosten en voor een hogere arbeidsongeschiktheidsuitkering.
  • Zelfstandigen verliezen hun extra fiscaal gunstige aftrekposten (bijvoorbeeld boven het niveau van het huidige arbeidskorting voor werknemers) zodat de belastingdruk op inkomsten uit arbeid voor zowel werknemers en zelfstandigen gelijk worden.

Mobiliteit

Om de mobiliteit van elke werkende, werkloze en arbeidsongeschikte te vergroten stelt de commissie verder voor:

  • Elke werkende krijgt vanaf de geboorte een persoonlijk ontwikkelbudget mee, waarmee studie en bedrijfsopleidingen kunnen worden betaald.
  • Elke werkgever stort maandelijks een bijdrage aan het ontwikkelbudget uit de loonruimte, de voor loonsverhoging beschikbare financiële ruimte.
  • De werkgever kan besluiten de transitievergoeding die een werkgever aan de werknemer betaalt bij uitdiensttreding ook aan dit ontwikkelbudget toe te voegen.
  • Werknemers zijn verplicht zich om- of bij te scholen en dat te betalen uit dit budget.
  • Concurrentiebedingen bij vaste dienstverbanden zijn alleen nog maar geldig bij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.
  • Werkloosheidsuitkeringen worden verkort en verhoogd. Tegenover het recht op een uitkering komt een plicht van de werkloze actief te werken aan het versterken van de eigen arbeidspositie via een zogenaamd loopbaan- of doorgroeihuis.
  • Bijverdienen naast een uitkering wordt makkelijker en er komt eenduidigheid over het effect van bijverdienen op het recht op fiscale toeslagen.
  • Al bij dreigende werkloosheid of arbeidsongeschiktheid moet er worden geswitcht naar passend werk.
  • Werklozen krijgen snelle en effectieve begeleiding naar ander werk door professionals die weten hoe ze talenten van mensen tot volle bloei kunnen laten komen, betaald door de uitvoeringsinstanties.
  • Er komt een nieuwe regeling voor het in dienst nemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, waarbij werkgevers worden ontzorgd en gecompenseerd voor productieverlies en begeleidingskosten.
Uitgelicht
Uitgelicht