Nieuws
Publicatiedatum: 30 april 2020

FNV: geen uitstel vakantiegeld

Het leek erop dat de FNV, de grootste vakbond van Nederland, verschillende signalen afgaf op de vraag of en hoe door corona getroffen organisaties het vakantiegeld later mogen uitbetalen. Eerst noemde de vakbond het uitstel een ‘ultieme stap voor bedrijven in nood’, niet veel later ‘niet aan de orde’. Op dit moment kloppen steeds meer sectoren die door corona zijn getroffen, zoals de horeca, op de deur van de vakbonden om te onderhandelen over latere uitbetaling van vakantiegeld voor de hele sector. Maar daar voelt de FNV niets voor. Er komen dus geen sectorale afspraken. Met uitstel van betaling lenen werkgevers met liquiditeitsproblemen feitelijk uit de spaarpot van hun werknemers, die daarmee extra risico lopen wanneer uitstel afstel wordt als een bedrijf later alsnog failliet gaat.

Navraag

Dat blijkt uit navraag van onze redactie. Zakaria Boufangacha, arbeidsvoorwaardencoördinator bij de FNV: ‘Werknemers rekenen er gewoon op. Er worden vaak gaten in de gezinsbegroting mee gedicht, zeker bij mensen die minder verdienen. Werkgevers hebben dit niet nodig voor hun liquiditeit, want daarin is voorzien bij de steunregelingen. Ze hoeven het vakantiegeld alleen netto uit te keren en de staat vergoedt een deel via de Now-regeling. Loonbelasting mogen ze tijdelijk naar achter schuiven. En vergeet niet: werkgevers hebben er door het jaar heen voor gereserveerd.’ Ter toelichting: de Now-regeling vergoedt weliswaar een opslag van 30% voor vakantiegeld, pensioenlasten en sociale premies op het brutoloon, maar dat geldt natuurlijk alleen voor de twaalf weken van de Now-regeling en niet voor de afgelopen twaalf maanden vakantieopbouw.

Geen sectorale afspraken

Voor bedrijven en instellingen die onder een cao vallen, komen er dus geen sectorale afspraken over het uitstel van vakantiegeld, zo impliceert de FNV. Wel kunnen organisaties die niet onder een cao vallen afwijkende afspraken maken. Ruim een derde van alle werknemers valt niet onder een cao. In dat geval mag uitstel alleen zolang de werknemers van die organisaties schriftelijk instemmen met uitstel. Het beste is daarbij zowel instemming van de OR te regelen als toestemming van alle individuele werknemers.

Wettelijke regels

Volgens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WMM) moeten werkgevers het ingehouden vakantiegeld ter hoogte van minimaal 8% van het bruto maandloon uiterlijk één maand na afloop van de opbouwperiode uitbetalen aan hun werknemers. De meeste organisaties kennen een opbouwperiode van 1 juni van het vorige jaar tot en met 31 mei van het lopende jaar. In die periode heeft de werkgever het vakantiegeld van de werknemer opzijgezet. Een maand na afloop van de opbouwperiode betekent dus uitbetaling uiterlijk op 1 juni. Als vakantiegeld een andere opbouwperiode of uitbetalingsmoment kent, moet dat zijn opgenomen in cao, AVR of individuele arbeidscontract. Denk aan oproepkrachten die vaak elke maand hun vakantietoeslag al uitbetaald krijgen.

Uitgelicht
Uitgelicht