nieuws
Publicatiedatum: 30 september 2019

Rol OR m/v-diversiteit onderzocht

De Bedrijvenmonitor Topvrouwen brengt jaarlijks in kaart in hoeverre het wettelijk streefcijfer van 30% vrouwen in de top van grote bedrijven wordt gehaald. Meer dan 90% van de bedrijven voldoet niet en legt daarover geen of onvoldoende verantwoording af. De commissie adviseert de regering dan ook om een afdwingbaar quotum in te stellen, in plaats van het te vrijblijvende streefcijfer. Zo bleek onlangs uit de Bedrijvenmonitor Topvrouwen. Voor het eerst is ook de rol van de ondernemingsraad wat betreft de m/v-diversiteit in grote organisaties onderzocht.

Adviesrecht & onder de aandacht brengen

De OR heeft ten eerste een formele bevoegdheid als het gaat om de m/v-diversiteit in de organisatie. Deze formele bevoegdheid bestaat uit het adviesrecht dat van toepassing is bij de benoeming van bestuurders. Bij nv’s mag de voorzitter van de OR spreken op de ava en bij vennootschappen van een rvc mag de OR een commissaris voordragen voor de rvc. Naast formele bevoegdheden kan een OR ook actief thema’s zoals diversiteit op de agenda zetten bij de bestuurder.

OR kan er een tandje bijzetten

Minder dan 10% van de OR’en stelden in 2018 vragen over de m/v-verdeling van de zetels aan de rvb en/of rvc. Slechts 5% van de ondernemingsraden stelden ook andere vragen over diversiteit, waarbij breder gekeken werd dan de m/v-verdeling of vragen werden gesteld over beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen.

Vaak geen OR ondanks verplichting

Ruim de helft (58%) van de organisaties die aan het wettelijk streefcijfer moeten voldoen, had in 2018 een OR. Bij een kwart van hen kwam de m/v-verdeling van de zetels ter sprake in het overleg tussen de OR en de rvb en/ of rvc. Een geschikte gelegenheid hiervoor is bijvoorbeeld het artikel 24-overleg. Het streefcijfer geldt overigens voor nv’s en bv’s die onder de Wet bestuur en toezicht vallen en volgens het Burgerlijk Wetboek ‘groot’ zijn. Dat zijn per definitie organisaties die ook verplicht zijn een OR te hebben, zo bepaalt artikel 2 van de WOR.

Uitgelicht
Uitgelicht