Nieuws
Publicatiedatum: 9 juni 2021

Sociale partners sluiten mega-akkoord over arbeidsmarkt

Vakbonden en werkgeversorganisaties hebben een sociaal akkoord bereikt dat een drastisch ingreep betekent in de huidige arbeidsmarkt. Er komt een minimumloon per uur, vaste contracten worden iets flexibeler, de transitievergoeding kan worden vervangen door begeleiding naar ander werk. Nul-urencontract en oproepcontract worden vervangen door een contract met vaste uren per kwartaal. Uitzendwerk is er alleen nog voor ‘piek’ en ‘ziek’. Verder komt er een minimum zzp-tarief. Bieden opdrachtgevers minder, dan kan de zzp’er naar de rechter en arbeidscontract eisen. Dit zijn de hoofdpunten uit het akkoord dat de SER op 2 juni heeft gepresenteerd.

Commissie Borstlap

Het tijdstip van het akkoord is saillant: net op tijd om het nog mee te nemen in de formatie voor een nieuw kabinet. Daarmee is de kans aanzienlijk vergroot dat deze maatregelen straks in een regeerakkoord en later ook in wetgeving terecht komen. Het akkoord van werkgevers en werknemers is een uitwerking van de aanbevelingen van de Commissie Borstlap, die vorig jaar al pleitte voor meer balans tussen flexibel en vast werk. Per saldo betekent dit dat vaste contracten weer meer de norm moeten zijn en flexibele vormen moeten worden beperkt.

Flexwerk wordt onaantrekkelijk

Voortaan moet een werknemer altijd na maximaal drie tijdelijke contracten binnen drie jaar een vast contract krijgen. De vele uitzonderingen per sector, nu vastgelegd in cao’s, worden afgeschaft. Ook vervalt de onderbrekingstermijn, de zogeheten ketenbepaling. Alleen voor studenten en scholieren blijft een onderbrekingstermijn van zes maanden en voor seizoenswerknemers drie maanden.

Het semi-structureel inhuren van uitzendkrachten mag niet meer, alleen nog bij (grootschalig) ziekteverzuim of tijdens piekperiodes voor de organisatie. Als een uitzendkracht aan de slag gaat bij de opdrachtgever, mag hij hier nog maar drie in plaats van vijf jaar werken. En een uitzendkracht per direct ontslaan mag alleen nog in het eerste jaar. Dit is nu nog anderhalf jaar. Uitzendkrachten hebben straks vanaf dag één recht op dezelfde secundaire arbeidsvoorwaarden, uitgezonderd pensioen. Dat wordt na twee maanden in plaats van de huidige zes.

Vaste contracten worden flexibeler

De transitievergoeding vervalt als de werkgever in overeenstemming met de (bijna) ontslagen werknemer een begeleidingstraject opstelt om hem helpen naar een andere baan. Maar als de werknemer hier niet mee instemt, heeft hij nog steeds recht op transitievergoeding. Ook kan een werkgever in moeilijke tijden het aantal contracturen per maand van werknemers met 20% terugbrengen. Werknemers werken dan tijdelijk minder, maar met behoud van het volledige loon. De overheid springt in dat geval voor driekwart bij in de loonkosten, de werkgever betaalt het laatste kwart.

Ook wordt de loondoorbetalingsplicht bij ziekte versoepeld. Na één jaar ziekte moet de werknemer een medische keuring ondergaan. Blijkt na deze keuring dat de werknemer (nog) niet kan terugkeren naar het werk? Dan neemt UWV of een verzekeraar de loondoorbetalingsplicht en re-integratie over. Verlofregelingen zoals het ouderschapsverlof en het zorgverlof moeten worden ondergebracht in één gezamenlijke maatschappelijke verlofregeling.

Afschaffing nul-urencontract, oproepcontract en minimumloon per uur

Een nul-urencontract of oproepcontract zonder vaste uren mag straks niet meer. In plaats daarvan komt er een basiscontract met een vast aantal uren dat in een kwartaal gemiddeld wordt gewerkt. Daarnaast geldt het gemiddeld aantal uren waarover het loon is betaald in een kwartaal als basis voor de opvolgende kwartaalurennorm. Voor scholieren en studenten blijft een soortgelijk oproepcontract als nu al bestaat ook in de toekomst een optie. Het minimumloon moet voortaan per uur en niet meer per dag, week of maand worden berekend. Hoeveel het minimumloon omhoog moet, is niet bekend.

Zzp’ers krijgen wettelijk minimumtarief

Er komt een minimumtarief voor zelfstandigen van € 30 á € 35 bruto per uur. Als een zelfstandige bij een opdrachtgever voor minder aan het werk is, kan hij bij de rechter eisen te worden gezien als werknemer. Het is dan aan de opdrachtgever om aan te tonen dat dit niet het geval is. Ook wordt de zelfstandigenaftrek in stappen afgebouwd en komen er fiscale maatregelen voor in de plaats die het investeringsrisico moeten dempen. Daarnaast moeten zzp’ers straks verplicht een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten.

Uitgelicht
Uitgelicht