1. Vanaf hoeveel werknemers ie een werkgever verplicht om een vorm van medezeggenschap in te voeren?

    De WOR regelt de medezeggenschap van werknemers in bedrijven en organisaties met tenminste 10 werknemers. Als er minder dan 50 werknemers in de onderneming werkzaam zijn, dan is de werkgever verplicht tot het houden van personeelsvergaderingen. De werkgever hoeft pas een personeelsvertegenwoordiging (PVT) in te stellen als een meerderheid van de werknemers hier om vraagt. Wanneer er 50 of meer werknemers werken in een organisatie, dan is de werkgever verplicht om een ondernemingsraad (OR) in te stellen.

    Bron: OR Select

  2. Wie kunnen hun stem uitbrengen bij OR-verkiezingen?

    Iedereen die een aanstelling of een arbeidsovereenkomst heeft in de organisatie en ten minste zes maanden in de organisatie werkzaam is, kan zijn stem uitbrengen bij OR-verkiezingen. Ook langdurig zieke werknemers en elders gedetacheerden behouden hun kiesrechten. Slechts in het geval van feitelijke tewerkstelling in een andere onderneming van dezelfde ondernemer kan er een wijziging op deze regel optreden. In dat geval moeten de kiesrechten daar worden uitgeoefend van waaruit de werkzaamheden van de betrokkenen worden geleid. De periode van zes maanden kunt u korter maken. In het OR-reglement kunt u de diensttijdeisen aanpassen. De ondernemer heeft daar geen invloed op. Is hij het niet eens met andere diensttijdeisen, dan moet hij de kantonrechter vragen om een uitspraak te doen.

    Bron: OR Select

  3. Hebben werknemers met een tijdelijk contract medezeggenschapsrechten?

    De basisregel is dat medezeggenschapsrechten toekomen aan personen die in de onderneming werkzaam zijn op grond van een met de ondernemer gesloten arbeidsovereenkomst of een publiekrechtelijke aanstelling (artikel 1 lid 2 WOR). De wet maakt daarbij geen onderscheid tussen een aanstelling of contract voor bepaalde of onbepaalde tijd. Ook werknemers met een tijdelijk contract hebben dus medezeggenschapsrechten.

    Bron: OR Select

  4. Kun je OR-leden die tussentijds opstappen vervangen en is hier een procedure voor?

    In het reglement van de OR staat geregeld wat de procedure is bij het ontstaan van een vacature. Waren er bij de laatste verkiezingen meer kandidaten voor de OR dan vacante zetels? Dan kan degene met de meeste stemmen als eerste in aanmerking komen voor de vacature. Zijn er geen kandidaten, dan worden er voor de vacante zetel tussentijdse verkiezingen georganiseerd. Als de zittingstermijn van de OR binnen een half jaar afloopt, dan blijft de zetel voor die resterende tijd vacant.

    Bron: OR Select

  5. Mag de OR toch instemmen met een regeling als de achterban er niet achter staat?

    De OR heeft een aantal wettelijke verplichtingen ten aanzien van zijn achterban als het gaat om de verkiezingen, het verstrekken van agenda’s en verslagen en het OR-jaarverslag. Voor het overige functioneert de OR in principe zonder last of ruggespraak. Dat betekent dat de OR zijn eigen afwegingen maakt en besluiten neemt. Het ligt wel voor de hand dat de OR de belangen van zijn achterban behartigt in het overleg met de bestuurder. Als een OR het toch nodig acht om een besluit te nemen waar (een groot deel van) de achterban tegen is, dan zal de OR dit goed moeten onderbouwen.

    Bron: OR Select

  6. Wat kunt u doen als de bestuurder zich niet aan het instemmingsrecht houdt?

    Uw bestuurder kan een regeling niet invoeren zonder de instemming van de OR. Als hij dit toch doet, mag de OR schriftelijk een beroep te doen op de nietigheid van het besluit. Hiermee wordt elke stap die de bestuurder nog zet onrechtmatig. De OR moet binnen een maand de nietigheid (schriftelijk) inroepen. Zorg ervoor dat u dat ook zo benoemt in uw brief. Als de OR te laat reageert kan de bestuurder doorgaan. Een rechter zal de OR normaal gesproken dan geen gelijk geven. Uw OR kan natuurlijk ook zelf naar de kantonrechter stappen wanneer de raad van mening is dat uw bestuurder ten onrechte geen instemmingsaanvraag indient of wanneer hij, ondanks een nietigverklaring van de raad, een besluit tóch uitvoert. Het is verstandig een advocaat om advies te vragen.

    Bron: OR Select

  7. Volgens de bestuurder moet de OR binnen vier weken adviseren. Klopt dat?

    De wet geeft niet aan binnen welke termijn de OR moet reageren op een advies- of instemmingsaanvraag. De OR bepaalt zelf hoeveel tijd nodig is. Dat hangt mede af van hoe complex het onderwerp is, hoe snel en volledig de informatievoorziening is en hoe het overleg met de bestuurder verloopt. Wel schrijft de wet voor dat de OR pas kan adviseren of (al dan niet) instemmen, nadat er tenminste eenmaal overleg met de bestuurder over het voorgenomen besluit is geweest. Dat is nodig om vragen te kunnen stellen en meer informatie te krijgen. Bij het instemmingsrecht geeft de wet aan dat de OR ‘zo spoedig mogelijk’ na één of meer overleggen laat weten of hij instemt of niet. Let op: als de OR met de bestuurder afspreekt om binnen een bepaalde termijn te reageren op een advies- of instemmingsaanvraag, dan moet de OR zich aan deze termijn houden.

    Bron: OR Select

  8. Wanneer heeft een OR-lid ontslagbescherming?

    De leden van de OR, commissie en de ambtelijk secretaris hebben ontslagbescherming (artikel 21 uit de WOR en artikel 670, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek). De bestuurder kan hen niet ontslaan behalve:

    • als het betrokken OR-lid schriftelijk instemt met het ontslag;
    • als het ontslag op staande voet betreft; het OR-lid moet zich dan ernstig misdragen hebben;
    • als het onderdeel waar het OR-lid werkt wordt gesloten;
    • als het OR-lid in zijn eigen functie wanpresteert.

    Ontslag wegens het OR-werk is niet toegestaan. Als het OR-lid geen werk en loon meer krijgt, moet de zaak voor de kantonrechter worden gebracht. In geval van een mogelijk ontslag is het handig om contact met de vakbond op te nemen.

    Bron: OR Select

  9. Kan de OR een kandidaatstelling weigeren, omdat we de betreffende collega niet capabel genoeg vinden of om een andere reden?

    Veel mensen die in de OR willen, doen dat vanuit een motivatie dat ze invloed willen hebben op het beleid van de organisatie. Dat is op zich een plausibel en redelijk argument. Als u twijfel heeft aan iemands kwaliteiten of integriteit, is dat heel moeilijk voor u als OR om daar iets mee te doen. Dat is eerder een zaak van de leidinggevende of de bestuurder. Een zittende OR heeft in principe geen invloed op nieuwe collega’-leden in de OR. Die worden normaal gekozen door de werknemers via reguliere of tussentijdse verkiezingen. De meeste OR-en hebben een verkiezingsreglement (voor een model zie OR-Select), waarin staat dat bij reguliere verkiezingen niet gekozen leden op de reservelijst komen te staan bij het vervullen van tussentijdse vacatures, in volgorde van het aantal stemmen dat ze behaald hebben. Sommige OR’en hebben minder kandidaten dan verkiesbare zetels, en houden daarom zelden of nooit verkiezingen. In zo’n geval is iedere kandidaat bijna automatisch OR-lid. Wilt u dat voorkomen, is de enige mogelijkheid alsnog formele verkiezingen te houden, waarbij u als OR wel kunt bevorderen dat er meer kandidaten zijn waaruit gekozen kan worden. Het enige criterium voor kandidaatstelling is dat iemand volgens de wet 1 jaar in dienst moet zijn. U kunt als OR ook medewerkers verzoeken zich kandidaat te stellen. Reken er wel op dat het houden van verkiezingen aan vrij veel regels is gebonden en dat het gepaard gaat met een redelijk lange voorbereidingsperiode. Dat laatste kan weer in uw voordeel zijn, omdat u er tijd mee koopt.

  10. Op welke faciliteiten heeft de OR recht?

    De Wet op de ondernemingsraden regelt een groot aantal faciliteiten voor de OR. Deze staan in artikel 15, 16, 17, 18 en 22. Het gaat dan om het instellen van commissies, uitnodigen van deskundigen, achterbanraadpleging, doorbetaling van loon, uren voor onderling beraad, volgen van scholing en het kunnen afspreken van een eigen budget. Check ook de eigen cao als dat van toepassing is, omdat cao’s (bovenwettelijke) faciliteiten voor de medezeggenschap kunnen regelen. Sommige cao’s geven de OR bijvoorbeeld meer uren voor onderling beraad dan het wettelijke minimum of de verplichting voor de bestuurder om ambtelijke ondersteuning voor de OR te regelen.

    Bron: OR Select